Menu januari 2001

van Robert Kranenborg

Jacobsmosselen in de schelp met bouillon van prei en truffel

Croustade van kreeft met groene kool

Gebraden hazenrug met "Royale" saus en witlof

Gebakken fruit


 

Jacobsmosselen in de schelp met bouillon van prei en truffel

Ingrediënten voor 10 personen

10 levende st.-jacobsschelpdieren
1 prei

5 mini-preitjes
15 gram verse zwarte truffel
goede olijfolie

grof zeezout

Coquilles

  1. Neem de schelp met de platte kant naar boven in de hand.
  2. Steek naast de scharnier een mesje in de schelp en beweeg dat langs de binnenkant van de platte schelp.
  3. Open de schelp een beetje en ga verder met het mesje vlak langs de platte schelp. Verwijder de platte schelp .
  4. Met de duim de "noot" - die moet vast blijven zitten aan de bolle schelp - vasthouden en met de vingers de baarden etc. bij de scharnier los maken. De hele bubs over de noot trekken en in een bakje doen.
  5. Hiervan de baarden bewaren (de rest, o.a. het "rood", kan weg), spoelen, slijm eraf vegen weer goed schoonspoelen.
  6. Trek er een bouillon van: water toevoegen, even laten koken en dan aan de kant zetten (trekt als thee).
  7. Snij tenslotte het spiertje van de noot.

Bouillon van prei

  1. Snijd de preien zeer fijn.
  2. Doe de prei in een vacumeerzak en voeg de helft van het volume aan water toe.
  3. Vacumeer en trek er in een pan met heet water bouillon van.
  4. Preibouillon zeven in een puntzeef en de prei goed uitdrukken.

Afwerking en presentatie

  1. Snij de mini-preitjes in fijne ringen.
  2. Snij de truffel in fijne julienne.
  3. Zeef de baarden uit hun bouillon en snij ze ragfijn.
  4. Meng de twee bouillons naar smaak en breng op smaak.
  5. Kwast een beetje olijfolie over de coquilles en zet ze een paar minuten in een oven van 200º; ze moeten van binnen nog net rauw zijn.
  6. Serveer de coquilles direct, nog steeds in de schelp, in een bord op een hoopje zeezout (voor de stabiliteit), giet wat bouillon in de schelp en strooi er de preiringetjes en de truffeljulienne over. Maak af met een paar korreltjes zeezout.r


Croustade van kreeft met groene kool

Ingrediënten voor 10 personen

3 kreeften à 500 g
1 groene kool
10 plakjes bladerdeeg

Voor de coulis

1 ui
1 wortel
½ venkel
½ bleekselderij
4 tenen knoflook (geplet)
2 cm gember
bouquet garni
1 fles droge witte wijn
4 gepelde tomaten uit blik
tak dragon

100 g boter

ei

Kreeft

  1. Zet drie pannen op het vuur, één voor de scharen met heet water, één koekenpan om voor de staarten te bakken in een beetje olie (ook hier: olie pas toevoegen als de pan heet is) en een grote pan voor de coulis.
  2. Dood de kreeft door een mes in de kop te steken, scherpe kant naar achteren.
  3. Draai de scharen eraf; pocheer die drie minuten.
  4. Draai de staarten eraf en bak die (in de schaal) in 2 à 3 minuten licht aan; ze moeten nog halfrauw zijn.
  5. Snij het pantser van de kreeften in de lengte doormidden. Verwijder het groene zakje. Halveer de helften weer.

Coulis

  1. Braad de pantsers aan in een droge pan - hou ze van de bodem door te roeren - blus af met witte wijn.
  2. Laat de wijn verdampen en voeg de groenten en kruiden toe.
  3. Koud water toevoegen en laat koken tot het vocht bijna verdampt is (1e trek).
  4. Koud water toevoegen en laat koken tot het vocht bijna verdampt is (2e trek).
  5. Zeven en de koppen goed uitknijpen.
  6. Vermeng naar smaak met het pocheervocht van de scharen.

Croustade

  1. De mooie binnenbladen, met de nerf er nog in, van de kool 1½ minuut blancheren in ruim zeer zout water - meteen in ijswater teneinde de kleur te behouden.
  2. De scharen stuktikken met de achterkant van het mes en het vlees er heel uithalen.
  3. De staarten pellen en het darmkanaal plus het ringetje aan het eind van de staart verwijderen.
  4. Leg tien stukken plasticfolie neer, spreid de koolbladen (nerf eruit) er op uit in rechthoeken; dep goed droog. Portioneer ook de kreeft in tienen.
  5. Rol de porties kreeft in kool met behulp van de folie.
  6. Rol de plakjes bladerdeeg een beetje uit en rol de koolrolletjes erin. Plak de randen met eigeel vast.
  7. Zet de pakketjes met de naad naar onderen in een beboterde braadslee.
  8. Bak 10 minuten af op 180º.

Afwerking en presentatie

  1. Coulis zeven en op smaak maken.
  2. De zijkanten van de pakketjes wegsnijden en de pakketjes in de breedte doormidden snijden.
  3. Serveer op een warm bord, de twee helften ietsje ten opzichte van elkaar verschoven.
  4. Giet er aan tafel wat coulis over.r


Gebraden hazenrug met "Royale" saus en witlof

Ingrediënten voor 10 personen

5 polderhazenruggen (vers)

5 voorboutjes

fles rode wijn
10 sjalotten
10 teentjes knoflook

2 appels
5 stuks witlof

Bloedboter

100 g boter
100 g foie gras

12 eetlepels vers hazenbloed
2 eetlepels crème fraîche
scheutje cognac

Jus court

  1. Hak de voorboutjes in tweeën en braad ze in de boter aan.
  2. Blus af met zoveel water tot ze net onder staan en laat trekken.
  3. Voeg eventueel tussentijds nog wat water toe.

2e saus

  1. Zet de wijn met de fijngesneden sjalotjes en koflook op.
  2. Laat sudderen.

Bloedboter

  1. Meng de boter, eendenlever (beide koud), hazenbloed, crème fraîche en een scheutje cognac in de Magimix.
  2. Spuit er op een plateau bolletjes van en bewaar die in de vriezer.

Witlof

  1. De struikjes witlof in de lengte doorsnijden
  2. De appel schillen en het klokhuis verwijderen; snij in dunne plakjes.
  3. De witlof insteken met appelplakjes en in een beboterde pan leggen.
  4. Op een vlamverdeler zacht confijten.

Afwerking en presentatie

  1. Bruneer de bolle kant van de ruggen. Laat rusten.
  2. Zet de ruggen 5 minuten in een braadslee in een oven van 200º.
  3. Meng de twee sauzen naar smaak. Zeef ze.
  4. Monteer met de bloedboter. Breng op smaak.
  5. Controleer of de ruggen van binnen gaar genoeg (rosé) zijn - anders nog even terug in de oven.
  6. Snij de filets van het karkas.
  7. Serveer een filet met aan de ene kant een half struikje witlof en de andere kant een plasje saus.r


Gebakken fruit

Ingrediënten voor 10 personen

3 appels
3 peren
3 vijgen
tros druiven

sap van 2 citroenen
sap van 3 sinaasappels

200 g boter
100 g suiker

glas bruine rum

  1. Druiven van de tros halen. Andere vruchten schillen en in partjers snijden.
  2. Maak een karamel van de suiker en boter en blus af met het vruchtensap.
  3. Voeg de vijgen toe en dan de rest van de vruchten plus de rum.
  4. Laat bakken tot de appels en peren wel gaar zijn maar nog enige "beet" hebben.
  5. Serveer meteen.r


[Jaap Hollenberg] [CCA] [Beginpagina]
© 2000 The CheesePress Edam